Kandinsky’s atonale kleurenpracht

Op 2 januari 1911 vond in München een concert plaats dat welbeschouwd gezien kan worden als een kantelpunt in de westerse kunstgeschiedenis. Op het programma stonden de eerste atonale composities van Arnold Schönberg. Daarin liet hij de gebruikelijke tonaliteit van de klassieke muziek achter zich. Dat was indertijd een revolutionaire vernieuwing. In het gebruikelijke tonale systeem van de westerse muziek bestaat er een hiërarchie tussen de noten van een toonladder en is er in beginsel één rust- en eindpunt: de eerste noot van een toonladder (tonica). Akkoorden kunnen consonantisch klinken, maar natuurlijk ook dissonant, maar uiteindelijk komen we uit bij de grondtoon van de compositie. Schönberg zette de hiërarchie op losse schroeven door iedere noot in een toonlader gelijkwaardig te behandelen én de dissonant te koesteren. Dit heeft zich in de loop van de tijd uitgewerkt in zijn befaamde twaalftoonssysteem.

Kandinsky in de zaal

Een bijzonder toeval was dat de jonge schilder Vassily Kandinsky in de zaal zat. Hij was zelf ook op zoek naar wat hij te zeggen had en hoe hij dat vorm moest geven. Hij wilde de figuratieve kunst achter zich laten en was op zoek naar een schilderwereld van pure vorm en licht, waarin het afgebeelde alleen naar zichzelf verwijst.

Het concert maakte een enorme indruk op hem. De muziek doordrong hem ervan dat waarnaar hij met zijn schilderkunst zocht, ook daadwerkelijk mogelijk was. Schilderijen die geen afbeelding van een figuratieve werkelijkheid zijn, maar uitsluitend vorm en kleur met een op zich staande, intrinsieke zeggingskracht. Hij wordt gezien als een grondlegger van de abstracte schilderkunst.

Kandinsky en Schönberg

Kandinsky nam na het concert contact op met Schönberg en tussen die twee ontvouwde zich een inspirerende samenwerking. Die ontmoeting van de twee gezichtsbepalende kunstenaars is van fundamenteel belang geweest voor de ontwikkeling van schilderkunst en de westerse klassieke muziek in de 20ste eeuw. Ik vind het fascinerend te zien en horen hoe deze twee geesten in persoonlijk contact hun zoektochten met elkaar deelden en ze elkaar over een weer inspireerden. Schönberg was overigens niet de enige componist die in Kandinsky’s leven en werk een belangrijke rol had.  Wagner heeft bijvoorbeeld een onuitwisbare indruk gemaakt met zijn opera Lohengrin en zijn idee van het Gesamtkunstwerk. Hij onderhield een levenslange vriendschap met de componist Thomas de Hartmann, met wie hij werkte aan een Gesamtkunstwerk waarin verschillende kunstvormen met elkaar vervlochten werden. Over de grenzen heen kijken van het gebruikelijke: het was een neiging waarvan de eerste decennia van de vorige eeuw zwanger was.

Op de rand van de afgrond

Reinbert de Leeuw schreef eens dat Schönberg na het componeren van Verklärte Nacht op de rand van een afgrond stond. Hij moest – om verder te komen – de bebouwde kom van de tonaliteit achter zich laten. Het aandurven een wereld in te stappen waarvan hij ook niet kon weten wat hij daarin zou aantreffen. Dat is geen pathetische uitspraak: voor hem was dat een even onvermijdeljke als ongewisse stap. Stel het je maar ’s voor: hoe dat voelt, daar op de rand van de bewoonde wereld zonder te weten wat je daar te wachten staat! Schönberg en Kandinsky stonden voor eenzelfde afgrond en herkenden dat bij elkaar. Zodoende speelde muziek een wezenlijke rol in Kandinsky’s ontwikkeling.

Toen hij het concert bijwoonde, had hij zelf al enkele – wat hij noemde: – Composities I tot en met IV gemaakt. Eerlijk gezegd ervaar ik die composities meer als schetsen, als verkenningen. Het is verbluffend om te zien welke doorbraak zich bij hem voltrekt ná dat concert: Compositie V is veel uitgesprokener, meer gefocust en strakker dan de voorgaande composities. Een prachtige tussenstap naar strakke schilderkunst met de overdaad in geometrische figuren en veelzijdig en transparant kleurgebruik. De schilderijen waarvan ik zo diep onder de indruk was toen ik ze voor de eerste keer zag, en nog steeds ben als ik ze zie, zoals deze:

Tentoonstelling: Kandinsky, la musique des couleurs

Tot 1 februari 2026 loopt de tentoonstelling Kandinsky, la musique des couleurs in het Musée de la Musique, gehuisvest in de Philharmonie de Paris. We worden deelgenoot gemaakt van de ontwikkeling van Kandinsky in de richting van abstracte schilderkunst en de belangrijke rol die muziek daarin speelde.

De tentoonstelling is met zorg samengesteld en laat zien wat de context was waarin Kandinsky zich ontwikkelde. We zien schilderijen en schetsen, maar ook zijn 78-toeren grammofoonplaten, foto’s en boeken als getuigen van zijn leven. Heel geslaagd is het idee dat bezoekers een hoofdtelefoon krijgen. Al wandelend door de ruimte hoor je in elke ruimte andere muziek die past bij wat in de zalen te zien is. Zo drong eens te meer tot me door, en ditmaal beluisterend vanuit een nieuw perspectief, hoe prachtig bijvoorbeeld Schönbergs opus 11 is.

Muziekschilder Kandinsky en kleurencomponist Schönberg

Schönberg en Kandinsky hadden allebei een gedegen muzikale opleiding: Kandinsky speelde van jongs af aan cello en piano, terwijl Schönberg naar verluidt een uitstekend cellist was. Ze keken bij elkaar in de keuken, en over de grenzen van hun kunstvormen heen. Ze exploreerden hun synesthetische talenten. Soms loopt het over in een soort cerebrale synesthesie. Ze zoeken naar de samenhang tussen noten in de muziek en kleuren in de schilderkunst. Soms met opmerkelijk resultaat: de vertaling van eerste noten van Beethovens 5de symfonie in grafische vorm ligt enigszins voor de hand, maar is wel in zijn eigen context buitengewoon expressief. Expressiviteit die die van de originele klanken te buiten gaat. Beide kunstenaars durfden het aan zich actief op elkaars terrein te begeven.

Een partituur als schilderij

Van een ontroerende bijna picturale schoonheid vond ik (een facsimile van) de handgeschreven partituren, onder andere van De gelukkige hand van Schönberg: dit stuk dat je alleen in uitvoering hebt gehoord, maar nooit in autograaf gezien: dat ziet er zo prachtig uit! Die partituur betekend met een fijn pennetje al die muziek trefzeker en glashelder uitgewerkt. En dan in die partituur handgeschreven de aanwijzingen om het decor mee te laten bewegen met de muziek. Het doet me denken aan de fijnheid en de verfijndheid van Kandinsky’s schilderijen in het vervolg van leven en werk.

Muziek en schilderen hand in hand

Gingen muziek en schilderen in elkaar op? Of trokken ze met elkaar op? Is het mogelijk om te stellen – zoals sommigen doen – dat de geschilderde composities voortkomen uit, of samenhangen met klankencomposities? Dat hij muziek voor ogen heeft als hij schilderijen Compositie of Fuga noemt? Hoe dat zit, laat ik graag over aan de wetenschappers. Maar ik denk dat wie een een-op-een verbinding suggereert tussen muziek en schilderwerk, afbreuk doet aan het abstracte karakter van Kandinsky’s schilderwerk. Hij wilde immers ieder figuratieve-an-sich achter zich laten. Kandinsky en Schönberg ontwikkelden zich in eenzelfde sfeer, maar ieder van hen gaat toch echt zijn eigen weg. Ze hebben elkaar geïnspireerd. en daarmee hebben ze op de kunstgeschiedenis hun stempels gezet.


Samen met de tentoonstelling is een mooi en lijvig, maar zeer de moeite waard, boekwerk uitgekomen: Kandinsky: la Musique des Couleurs. Jammer genoeg is er alleen een Franstalige versie, alsof de auteurs en de curatoren van de tentoonstelling zich niet realiseerden dat het belang van de publicatie de grenzen van het Franse taalgebied ver te boven gaat. De tentoonstelling zelf is overigens tweetalig. Info: https://philharmoniedeparis.fr/fr/activite/exposition/28824-kandinsky


Bronnen: de afbeelding van Compositie VIII is ontleend aan: https://kunstvensters.com/2018/05/24/hoe-kandinsky-abstract-leerde-schilderen/ De overige twee afbeeldingen zijn ontleend aan bovengenoemde publicatie Kandinsky: la Musique des Couleurs.


(c) Bas Baanders

Citeren of overname mogen vanzelfsprekend, graag met bronvermelding


Ontdek meer van Mijmerminiaturen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie