Het Kol Nidrei als autobiografie van Arnold Schönberg

[Een deel van dit artikel verscheen in: De Nieuwe Muze 2026-5; een ander deel in De Vrijdagavond van 11 en 18 september; onderstaand een versie waarin beide publicaties zijn gecombineerd.]

Veel mensen kennen Max Bruchs compositie voor cello en orkest Kol Nidrei. Bruch gebruikte in het eerste deel hiervan een geliefde melodie van het joodse gebed dat Kol Nidrei heet. Dat heeft een belangrijke plek in de dienst voorafgaand aan Grote Verzoendag. Minder bekend is dat ook Arnold Schönberg een compositie op zijn naam heeft staan met dezelfde naam. Daarachter steekt een buitengewoon interessant verhaal. 


Over het Kol Nidrei

De herfst heeft in de joodse agenda een clustering van feestdagen. Hoogtepunten zijn Joods Nieuwjaar en Grote Verzoendag. Tussen die twee feestdagen liggen 10 dagen. Die dagen zijn een periode van bezinning op hoe je leeft en hoe je wilt leven. Het is bij uitstek het moment om misstappen, ruzies, onenigheden en onhandige omgangsvormen met andere mensen recht te trekken. Grote Verzoendag zelf gaat over verzoening van misstappen die een mens jegens God kan hebben begaan. Kol Nidrei heeft een prominente rol op de vooravond van Grote Verzoendag: het is bij wijze van spreken de as tussen de tien dagen van inkeer en Grote Verzoendag. Bij de tekst ervan zijn verschillende melodieën in omloop. Eén ervan springt er qua populariteit bovenuit. Dat is de geliefde Asjkenazische versie uit de kringen van Duitse en Oost-Europese joden. Dat is de versie die Bruch gebruikt heeft.

Over de melodie

De kern van de melodie is: de grondtoon, een kleine secunde naar beneden gevolgd door een overmatige secunde naar beneden, en vervolgens weer de weg terug naar de grondtoon. De intervalsequentie is kenmerkend voor de oriëntaalse heptatoniek. Schönbergs aanpak verschilt hemelsbreed van die van Bruch. Hij gaat uit van de tekst en componeert zijn muziek in wisselwerking daarmee in een muzikaal gezien 20ste-eeuws idioom.

Bron: https://levisson.nl/muziek/diensten-hoge-feestdagen/diensten-jom-kipoer/

Een ongemakkelijke tekst

Om de tekst van het Kol Nidrei (het is eerder een soort juridische formule dan een gebed) is in de loop van de geschiedenis veel te doen geweest. Sec gelezen stelt de tekst dat alle afspraken en verplichtingen die je in het afgelopen jaar bent aangegaan en die je in de loop van het voorliggende jaar nog zou kunnen aangaan, komen te vervallen. 

De betekenis die er in joodse kring aan gehecht wordt, is dat die woorden alléén betrekking hebben op de verplichtingen die iemand jegens God is aangegaan. En dan met name verplichtingen, waarvan nakoming redelijkerwijs niet verwacht kan worden, bijvoorbeeld omdat het ondoordacht of te hoog gegrepen is. 

Letterlijk genomen en dus los van de oorspronkelijke context zou er echter uit begrepen kunnen worden dat men zich vrijpleit van nakoming van enigerlei verplichting. Die uitleg is in strijd met morele maatstaven van het jodendom, vinden veel rabbijnen. Dus al met al gaf de formulering van de tekst ook de rabbijnen een ongemakkelijk gevoel. 

Schönberg en de Conversos

Voor ons verhaal interessant is dat het gebed in verband wordt gebracht met Conversos. Dat zijn joden op het Iberisch schiereiland die tussen 1391 en1821 gedwongen werden tot bekering tot het christendom. In hart en huis hield een aantal van hen de joodse traditie levend. 

Geopperd is dat de tekst van het Kol Nidrei aan Marranen de mogelijkheid biedt om vergeving te vragen voor gedwongen toetreding tot een christelijke gemeenschap. Het gebed dient dan om de band met de joodse gemeenschappen te bevestigen. 

Het komt me voor dat Arnold Schönberg zich in een soortgelijke situatie bevond: formeel gezien christelijk, maar van binnen in toenemende mate joods. Dit leidde tot zijn officiële terugkeer naar joodse gemeenschap en traditie in 1933.

Over Arnold Schönberg

Schönberg is geboren in een mild gezin met een atheïstische vader en een moeder die naar de joodse traditie leefde. Er is niet veel bekend over de plek die het jodendom in het gezin innam. Schönberg heeft bijvoorbeeld nooit Hebreeuws geleerd en hij heeft nooit deelgenomen aan het joodse religieuze leven. Maar hij voelde zich zijn hele leven lang joods en in toenemende mate met het jodendom verbonden. 

Zover was het nog niet in 1898: toen bekeerde hij zich tot het lutheranisme. Dat gebeurde veel in de 19de -eeuwse emancipatie toen joden in beginsel konden opgaan in de omringende samenleving. De doop als toegangskaartje voor de inner circle en inner world van de westerse cultuur, zeg maar. Schönberg was niet de enige: Felix Mendelssohn Bartholdy (onder druk van zijn vader) en Gustav Mahler (onder druk van het Weense establishment) gingen hem voor. 

Geopperd is daarnaast dat hij tot die bekering werd geïnspireerd door de drie mensen die op jonge leeftijd zijn talenten zagen en hem enorm stimuleerden. Gustav Mahler – zelf een ‘bekeerde jood’ – was één van hen; de anderen waren Alexander von Zemlinksy die een christelijke achtergrond had, wat ook gold voor zanger Walter Pieau. 

Wat ook maar de reden voor bekering is: er zijn bij Schönberg geen sporen van verinnerlijking van het christelijke gedachtegoed te vinden. 

“Gedoopte jood”

De doop als toegangskaartje voor de Europese kunstgeschiedenis bleek allengs geen garanties te bieden. Gedoopt of niet, de samenleving zag Schönbergs joodse komaf niet over het hoofd.  Daarmee werd hij op verschillende momenten geconfronteerd. Hij werd bijvoorbeeld na zijn doop geen ‘christen’ genoemd, maar ‘bekeerde jood.’  Eens joods, altijd joods was de achterliggende suggestie: je hoort er niet echt bij. 

Een schokkende ervaring was dat hem de toegang werd ontzegd tot het vakantieresort Mattsee, vlakbij Salzburg, waar hij gewend was op vakantie te gaan. Andere bezoekers wilden dat joden er geen toegang meer toe zouden krijgen. Of Schönberg dus maar schriftelijk wilde bewijzen dat hij een christen was. Schönberg bedankte voor de eer. Het incident was een uiting van het eind 19e en de eerste helft 21e toenemend antisemitisme. 

Hij sprak al vroeg zijn zorg uit dat het antisemitisme zó heftig was, dat het op enig moment onvermijdelijk zou overgaan in geweld. Een profetische blik.

Voor jou maak ik een uitzondering? 

Heftiger en ingrijpender was het einde van Schönbergs vriendschap met Kandinsky. Deze twee mastodonten in de kunstgeschiedenis van de 20ste eeuw onderhielden jarenlang een intensieve vriendschap. Daarin deelden ze met elkaar de zoektochten naar stijl en vorm waarnaar zij al schilderend en componerend op zoek waren. Het was een intensieve vriendschap van twee zielsverwanten. Hierover schreef ik het artikel “De atonale kleurenpracht van Kandinsky en Schönberg” in: De Nieuwe Muze 2026-1. 

Groot was voor Schönberg de schok toen Kandinsky liet merken zich te herkennen in de stereotiepe antisemitische denkbeelden, en zelfs voorstander bleek van de uitsluiting van joden zoals zich dat in Nazi-Duitsland ontwikkelde. Voor Schönberg – zo liet Kandinsky vergoelijkend weten – zou hij een uitzondering maken. Schönberg bedankte ook voor deze eer: hij wilde niet die ene uitzondering zijn van het lot van zijn volk, hij wilde er deel van uitmaken en als zodanig gezien worden.

Terugkeer tot de joodse gemeenschap

Door dit soort ervaringen kwam zijn identiteit onder druk te staan. Gaandeweg kreeg, en gaf hij, het jodendom een steeds belangrijker rol in zijn leven. Je ziet wel vaker dat men zich in zware tijden niet van die identiteit afkeert, maar zich er juist toe wil bekennen. Zo ging het ook met Schönberg. 

Uiteindelijk moest hij Oostenrijk en Duisland ontvluchten en zijn toevlucht zoeken en vinden in de Verenigde Staten van Amerika. Daar arriveerde hij op 31 oktober 1933. 

Vlak voor zijn reis naar de Verenigde Staten keerde Schönberg terug tot het jodendom. Hij markeerde die terugkeer met een ceremonie. Die vond plaats in de sjoel van Union Libérale Israélite de France in Rue Copernic in Parijs. Rabbijn Louis-Germain Lévy stelde een acte op die Schönbergs terugkeer naar het jodendom formeel bevestigde. 

Er waren twee getuigen: opmerkelijk is dat één van hen Marc Chagall was. Er wordt wel gesuggereerd dat Schönberg na het debacle van de vriendschap met Kandinsky behoefte had aan een andere schilder, en dan is Chagall – zowel schilder als joods – natuurlijk het tegendeel van Kandinsky. Chagall als antidotum tegen rabiaat antisemitisme. De andere getuige was overigens Dimitri Marianoff, schoonzoon van Albert Einstein. 

Vanuit joodse traditie is zo’n terugkeerritueel strikt gezien niet nodig, hoewel er wel degelijk ceremonies bestaan voor mensen die terugkeren tot de joodse gemeenschap. Uitgangspunt in de joodse traditie is immers dat wie wordt geboren als jood dat het hele leven lang blijft. Voor Schönberg was het blijkbaar belangrijk. Zijn Kol Nidrei, dat hij jaren later componeerde, kan helpen te begrijpen waarom dat voor hem zo belangrijk was, en hoe hij tegen zijn terugkeer aankeek. 

Schönberg in de nieuwe wereld

In het kielzog van de emancipatie van de 19de eeuw zochten joodse gemeenschappen in de VS – net als in Europa overigens – naar manieren om het jodendom meer eigentijds te maken. Ook het Kol Nidrei kreeg daarbij veel aandacht. Er werd met wisselend succes gesleuteld aan de tekst. De melodie bleef onverminderd geliefd: er is zelfs een gebedenboek waarin wel de melodie opgenomen, maar zonder tekst, als een soort vocalise.

Schönberg en het Kol Nidrei

Eén van de rabbijnen die hiermee druk in de weer waren, was Jakob Sonderling. Deze benaderde Arnold Schönberg in 1938 met de vraag of hij een nieuw stuk kon componeren dat de plaats van het gebruikelijke Kol Nidrei in de eredienst kon innemen. Sonderling en Schönberg stond voor ogen daarmee dit onderdeel in de synagogale dienst een hedendaagse invulling te geven. Het stuk kreeg zijn première in hetzelfde jaar. 

In dat kader keek Schönberg in eerste instantie naar de tekst. Schönberg – die veel teksten voor zijn werken uiteindelijk zelf schreef – heeft er flink aan geknutseld. Dat gebeurde in intensieve samenspraak met Sonderling die hem bronnen uit de joodse mystiek aandroeg die Schönberg zelf niet zou hebben kunnen vinden. 

Bovendien veranderde hij de setting: in de gebruikelijke diensten verzorgde voorzanger (chazzan) het Kol Nidrei. In Schönbergs compositie werd die plaats ingenomen door een rabbijn, en omdat een rabbijn in het algemeen geen voorzanger (chazan) is, hield hij het bij een spreekstem. 

De gebruikelijke setting van het Kol Nidrei

Eenvoudig weergegeven bestaat het gebruikelijke Kol Nidrei uit de volgende delen: 

  1. Een citaat uit het Bijbelboek Psalmen (Ps. 97:11a): ‘Licht is gezaaid voor de rechtvaardige.’
  2. Een uitnodiging aan mensen die andere wegen zijn ingeslagen in het leven, om zich te voegen bij de biddende joodse gemeenschap. 
  3. Dan volgt er een korte passage in het Hebreeuws waarin de hemelse rechtbank en die van de aarde eensgezind besluiten dat mensen die de gemeenschap verlaten hebben ( “afvalligen”) uitgenodigd worden om deel te nemen aan de gebeden en rituelen op Kol Nidrei en de daarop volgende Grote Verzoendag. 
  4. Het Kol Nidrei zelf.  

Een nieuwe setting

Bij Schönberg zijn deze elementen terug te vinden. Hij heeft er echter ook elementen aan toegevoegd. Daarmee gaf hij het Kol Nidrei een andere focus. Hij voegde zijn visie toe en hij deed dat – ongetwijfeld onbewust – volgens een procedé dat kenmerkend is voor rabbijnse teksten: teksten worden gelardeerd met uitleggingen en overwegingen. Zo deed ook Schönberg.

Het Bijbelcitaat over de rechtvaardige die het licht ziet, roept bij Schönberg associaties op met de joodse mystieke traditie. Die oppert de gedachte dat God het licht schept, en dat dat licht direct versplinterd werd. 

Het psalmencitaat zou dan uitdrukken dat de vrome (letterlijk: de rechtvaardige) die splinters licht kan zien. 

Alle vromen? Nee, hovaardige, arrogante, zelfingenomen vromen krijgen niks te zien, zo stelt Schönberg. Dat ligt totaal anders voor de “afvallige” jood die wil terugkeren aan de boezem van de joodse traditie, dát is juist degene die de splinters van licht wél kan zien.

Zo zag Schönberg zichzelf wellicht. Als een “afvallige” die christen was geworden, maar die steeds meer oog en oor had gekregen voor het ‘licht’ van de joodse tradities. 

In religieuze zin wordt zo iemand een ‘afvallige’ genoemd. Dat is strikt religieus gezien misschien begrijpelijk, maar dat doet vaak geen recht aan de betreffende persoon. Daarom heb ik het in Schönbergs geval liever over iemand die andere levenspaden is ingeslagen en op een gegeven moment het joodse levenspad opnieuw wil bewandelen. Zo’n kenschets doet meer recht aan de mens achter de afvallige. 

Terugkeer

Voorafgaand aan het Kol Nidrei strekt de gemeenschap de hand uit. Expliciet worden degenen die andere levenspaden zijn gaan bewandelen, uitgenodigd om zich te voegen in het gebed en daarmee terug te keren naar de boezem van de joodse gemeenschap. Met de terugkeer van de afvallige wordt de gemeenschap weer één. Dan zien vromen en afvalligen gezamenlijk het licht dat voor hen gezaaid is. Gezamenlijk belijdt de gemeenschap zijn misstappen. 

Zo eenvoudig kan het dus. Schönberg had de uitgestoken kant kunnen grijpen.  De ceremonie waarover ik hierboven schreef om zijn terugkeer tot jodendom en volk te markeren was in joodse zin niet nodig geweest. 

Het is de rabbijn die het feitelijke Kol Nidrei reciteert. De tekst is nu in het Engels (en niet meer in het Aramees). Schönberg laat er geen misverstanden over bestaan: het Kol Nidrei gaat over vergeving voor ondoordachte of afgedwongen afvalligheid jegens God. Je kan zeggen dat Schönberg zijn doop hoogstwaarschijnlijk als ondoordacht of afgedwongen ervoer. 

Vervolgens is er een uitgesponnen versie van het oorspronkelijke Kol Nidrei. Expliciet wordt benoemd waaruit de zonde van de afvallige bestaat: “Be it he was unfaithful to Our people, because of fear, or misled by false doctrines of any kind out of weakness or greed we give him leave to be one with us in prayer tonight” gevolgd door opnieuw de uitnodiging aan de afvallige om zich weer in te voegen in het joodse leven. Afgezien van greed (hebzucht) is elk van die voorbeelden uit Schönbergs leven gegrepen….

Afvallige en vromen groeien naar elkaar toe en dat leidt tot rust en harmonie. In zijn compositie verdwijnen dan ook de laatste dissonanten in de laatste maten. Uiteindelijk wordt het stuk afgesloten met een breed uitgesponnen G-grootakkoord. 

De compositie

Met dat akkoord sluit hij zijn Kol Nidrei af. Schönbergs heeft er een mooie en toegankelijke compositie van gemaakt met enkele programmatische trekken. Het meest opvallend is dat het koor grotendeels unisono zingt (iedereen zingt dezelfde noten, wel op verschillende toonhoogtes). Dat begint direct al bij de koorinzet en houdt aan tot aan de laatste noot als afvalligen en vromen gezamenlijk bidden. 

Alleen in de passage die de verwarring uitdrukt als de gemeenschap uit elkaar valt, geeft Schönberg stemmen die wild verschillende melodische en ritmische lijnen uitwaaieren. 

Een ander voorbeeld is dat hij de schepping van het licht “schetst” met flitsende melodische lijnen tot in alle uithoeken en gaten van het orkest.

Traditie die naar voren leeft

Heeft Schönberg helemaal afstand genomen van de geliefde melodie van het Kol Nidrei? Bepaald niet!

Het is even luisteren, maar wie het eenmaal gevonden heeft hoort het op allerlei plekken. Vlak voor de aanvang van het mondelinge Kol Nidrei spelen de houtblazers de eerste maten, later neemt het koor het over, tot en met de woorden van dat stralende einde: We repent! Dat heeft Schönberg heel mooi gedaan! Het is even luisteren (de luisteraandacht gaat primair uit naar het samenspel van spreekstem van de rabbijn en het orkest), maar wie het gevonden heeft ziet/hoort het op allerlei plekken. Bij aanvang van het Kol Nidrei in de maten 58 tot en met 63 spelen de houtblazers de eerste maten van het traditionele Kol Nidrei (zie de afbeelding hieronder). In de maten 94 tot en met 98 zijn de openingsnoten van het Kol Nidrei te horen in het koor. Met als stralend hoogtepunt vanaf maat 159 tot en met 163 als het koor uit volle borst met één stem de kern van de zaak zingt: We repent!

Tesjoeva: terugkeer

“We repent”: dat is ook wel weer interessant.  De Tien Ontzagwekkende Dagen tussen Rosj Hasjana (Nieuwjaar) en Jom Kippoer (Grote Verzoendag) staan in het teken van tesjoeva, een woord met een zeldzaam rijk spectrum aan betekenissen. Het werkwoord sjoev, betekent:  terugkeren. Tesjoeva is ook terugkeer naar de kern van wie je bent. Indringende introspectie: wat maak ik van mijn leven? Er zit ook iets van berouw en inkeer in: terugkeren op je schreden. Tesjoeva zou je ook kunnen opvatten als: antwoorden, ingaan op de uitnodiging vanuit de joodse gemeenschap om zich weer in haar midden te begeven. Schönberg noemt het woord tesjoeva niet expliciet. Maar eigenlijk is de hele compositie ermee doordesemd: het is van toepassing op de reis die Schönberg in zijn leven heeft gemaakt. Daarom zou je met een knipoog Schönberg een baäl tesjoeva kunnen noemen: iemand die in de loop van het leven op geheel eigen wijze terugkeert naar de joodse traditie en gemeenschap. Dat hij dat op geheel eigenzinnige wijze deed, zij de componist die het aandurfde de westerse klassieke muziek een andere wending te geven, zij hem vergund.


(c) Bas Baanders 
Citeren of overname mag vanzelfsprekend, graag met bronvermelding

Het portret van Schönberg in ontleend aan: https://schoenberg.at/en

Een mooie uitvoering van het Kol Nidrei van Arnold Schönberg is die onder leiding van Pierre Boulez: https://www.youtube.com/watch?v=06O1Jb-UtP8

Beluister het Kol Nidrei zoals door Hans Bloemendaal gezongen: https://www.youtube.com/watch?v=b9tlwv2gIXY&list=RDb9tlwv2gIXY&start_radio=1

Een mooie uitvoering van het Kol Nidrei van Max Bruch voor cello en orkest is die van Isserlis met de Israël Camerata: (https://www.youtube.com/watch?v=9F5SyWIo41k&list=RD9F5SyWIo41k&start_radio=1 )


Ontdek meer van Mijmerminiaturen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie