Oude of nieuwe berijming, en wat Bach daarmee te maken heeft

Foto: Bas Baanders

Onze vriend – hij studeerde theologie en zou dominee worden – was naarstig op zoek naar een leuke vrouw. Wij, zijn vrienden, gunden het hem van harte en leefden mee in zijn steeds mislukkende zoektocht. Maar op een gegeven, eindelijk, was ze er! Zij waren erg blij, in hun nopjes met elkaar, en wij waren dat met hen: het was zo’n leuk en stralend stel, heerlijk om mee te maken. Onze vriend was eindelijk ontspannen, zijn vriendin opgetogen, ze hielp hem zich van zijn mooiste kant te laten zien.

Ze zouden trouwen, dat sprak vanzelf, niet alleen in het stadhuis, maar ook in de kerk. In een grote kerk, met een prachtige akoestiek en een groots orgel. Te groots: het echtpaar wilde voor hun huwelijk graag een intiemere sfeer en setting en had een hoekje in de kerk uitgekozen als de plek waar de plechtigheden zouden plaatsvinden.

Ze vroegen twee musici, een violist en mij, om te spelen tijdens de plechtigheid. Spelen bij een huwelijk is op zich al een enorme eer, en extra bijzonder om te mogen spelen tijdens een eredienst in een andere dan onze denominatie. We voelden ons vereerd en hebben hard gewerkt aan een paar stukken van Bach.

Het spelen ging geweldig. Het was zo’n zeldzame gelegenheid waarin we zo opgingen in het spelen, in de muziek en in de klank dat je bij wijze van spreken luistert naar muziek alsof andere mensen die maken, je weet ergens wel dat die muziek uit je eigen instrumenten komt, je bevroedt ook wel dat die muziek afhankelijk is van jouw juiste vingers op de juiste plek, maar dat bewustzijn kreeg geen plek, je liet het niet toe, daarover maakte je je geen zorgen: alsof vals spelen was gewoon geen optie was. En dat alles ging tegelijkertijd zo moeiteloos: alsof de muziek zichzelf speelde. Musiceren dat je boven jezelf optilt. Het was voor ons een verheffende ervaring, en zo in elkaars klank opgaan is op zijn eigen wijze intiem. Een mooier cadeau konden we het paar niet geven.

Na ons spelen ging de dienst verder. Bij het zingen van één van de gekozen liederen merkte ik wat onrust op, maar kon dat niet duiden. Toen het lied afgerond was, stond één van de ouders op, liep naar voren en beval min of meer dat het lied nogmaals gezongen zou worden, maar dan in “de oude berijming”*. Een paar mensen zongen besmuikt mee, anderen hielden hun mond. Als buitenstaander kijk je daar verbaasd naar: het echtpaar had zó minutieus de keuzes gemaakt voor hún dienst, ik ging er van uit dat een dominee toch wel zou weten hoe je een kerkdienst in elkaar zet. Hoe kon het dan zo zijn dat de eigen familie daarvoor geen respect opbracht? In lichte verwarring de dienst uitgezeten. Een verbijsterende ervaring, maar ja, je bent jong en zo gaat dat blijkbaar in deze kringen, wat weet ik daar nou van.

Er is nooit meer met een woord over gesproken. Het huwelijk heeft – verdrietig genoeg – uiteindelijk geen stand gehouden.

© Bas Baanders
Je kunt deze tekst natuurlijk citeren, ik stel het op prijs als je de bron vermeldt.

*In de protestants-christelijke kerk bestaat Het Liedboek voor de Kerken. De eerste versie daarvan stamt uit 1773, een nieuwe versie verscheen in 1973. De laatste heet nieuwe berijming, de eerste oude berijming. Veel protestants-christelijke kerken gebruiken de nieuwe berijming, maar een aantal bleef de oude berijming uit 1773 gebruiken. Deze kerkdienst – en ook het familieleven – vond dus blijkbaar plaats op het kruispunt van verschillende gebruiken in de omgang met Het Liedboek voor de Kerken.


Ontdek meer van Mijmerminiaturen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie