
Een moeder komt het verlies van een kind nooit te boven. Het is een verdriet waarvoor geen troost te vinden is. Dat geldt voor iedere moeder. Maar dat dat ook geldt voor de moeder van een god, Maria, daar keek ik wel een beetje van op. Mensen die van klassieke muziek houden zijn vast het Stabat Mater tegengekomen, het verhaal over Maria die bij het kruis van haar zoon zijn lijden en sterven moet aanzien.
Il pianto di Maria: de weeklacht van Maria.
Laatst kwam ik een Maria-cantate tegen: Il pianto di Maria: de weeklacht van Maria. Het is een cantate die met opusnummer HWV 234 oorspronkelijk toegeschreven is aan Georg Friedrich Händel (1685-1759). Musicologen betogen dat de cantate door Giovanni Batista Ferrandini (1710-1791) gecomponeerd is. De meningen lopen nog uiteen, maar dat is voor ons nu niet belangrijk: hier gaat het immers om hoe prachtig muziek en tekst vervlochten zijn.
Hier krijgen we te horen hoe Maria als moeder het lijden van haar zoon zélf ervaart. Een verbitterde Maria krijgt alle ruimte haar hart uit te storten. Je kunt niet anders dan met haar meeleven. Het is een hartverscheurende weeklacht en die is op hartverscheurende muziek gezet.
“Uw genade is me één grote kwelling!”
Verwijtende woede jegens de vader van haar zoon wordt afgewisseld met schrijnende in zichzelf gekeerde muziek. Voorbeeld van het laatste is een cavatina die in de cantate tweemaal gezongen wordt.De tekst luidt:
| Toen ik moeder van een God werd // | Se d’un Dio fui fatta Madre // |
| Om uiteindelijk te moeten zien dat een God sterft // | Per vedere un Dio morire // |
| Het spijt me, Eeuwige Vader // | Mi Perdona, Eterno Padre // |
| Uw genade is me één grote kwelling. | La Tua grazia è un gran martire. |
De theologische implicaties van dit alles laat ik aan me voorbijgaan. Wat mĂj bezig houdt, is de vraag: wat maakt dat ik deze muziek zo aangrijpend, zo verdrietig vind? Waarom krijg je bij het horen ervan als luisteraar een bezwaard gemoed, en waarom blijft dat nazingen in mijn hoofd en hart? Daarover gaat deze blog.
Rauw verdriet
In deze cavatina met de weeklachten van Maria is geen sprake van heiligheid, voor verhevenheid. Geen verheerlijking van het lijden. Hier horen we het naakte verdriet van een vrouw die weliswaar – volgens de liedtekst – de moeder van God is, maar zich in de eerste plaats de moeder van haar gestorven zoon betoont. Het kan niet anders of haar verdriet raakt ieders hart, wat ook maar je denominatie is.
Hoe tekst en muziek vervlochten zijn
De componist moet zeldzaam geïnspireerd zijn geweest toen hij deze tekst en muziek met elkaar vervlocht. Ik vind het huiveringwekkend verdrietig; de muziek is onopgesmukt, teruggetrokken in haar essentie. De melodie, zo kaal – is het wel een melodie te noemen? – wordt begeleid door strijkers die vibratoloos spelen. De droge klank van de theorbe geeft het ensemble een ijzig karakter. Nadat ze haar hart heeft uitgestort, rondt het orkest af. De klank wordt kleiner, iedere melodie trekt zich terug. Ten slotte blijven een paar kale noten over. Zonder vibrato: koud als een bundel verdord sprokkelhout in de winter. De akkoorden zijn “leeg”: het slotakkoord heeft (zelfs) geen kleine terts. Een grote terts is extravert, terwijl ik de kleine tertstoonladder associeer met introvert en in deze cantate: intens droevig. Dat ontbreken van die terts in het slotakkoord: alsof het uitdrukt dat het verlies van haar zoon ieder vatbaar gevoel te boven gaat.

De stem van Anne Sofie von Otter heeft een diep bronzen timbre. Dat gekoppeld aan het feit dat voor de melodie de lagere registers aangesproken worden, geeft de melodie en de woorden een donkere ondertoon van ingehouden woede, verstikte verbittering. Geen illusie van troost voor dit onvergeeflijke sterven.
Opstandigheid en berusting
In het Recitatief dat volgt op deze Cavatina somt Maria opstandig op wat haar zoon al is aangedaan: verraden, verloochend, enz. enz. en uiteindelijk: zelfs God heeft zijn zoon en diens moeder in de steek gelaten! In extenso schreeuwt ze al haar verwijten van zich af. En dan: realiseert ze zich dat ze er als moeder alleen voor staat en wordt de cavatina opnieuw gespeeld.
Maar deze tweede keer eindigt het anders dan de eerste keer: althans in de uitvoering van Anne Marie von Otter en Reinhard Goebel. De laatste akkoorden worden met nadrukkelijke accenten aangezet. Alsof Maria bonkt op een gesloten deur, aandringt op een antwoord. Een antwoord hierop laat (althans in deze cantate) op zich wachten. Misschien is het impliciete antwoord dat het verdriet van een moeder – menselijk gezien – niet getroost kan worden, zelfs niet door een almachtige god. Het lot van haar zoon aanvaarden is onmogelijk. Zij is menselijk, aards tegenover het goddelijke, ze verzet zich en berust niet. De muziek gaat volledig mee in de rauwe emotie. Bijzonder!
Laat de muziek maar voor zichzelf spreken
Genoeg woorden: muziek gaat immers woorden te boven. Er zijn verschillende goede uitvoeringen. Dit blog is met name gebaseerd op die van Anne Sofie von Otter, Musica Antiqua Köln olv Reinhard Goebel.
Klik hier voor de cavatina sec; klik hier als je de gehele cantate wil beluisteren (alleszins de moeite waard) en klik hier voor de hele cantate mét partituur.
Veel luisterplezier gewenst!
(c) Bas Baanders
Citeren of overname mag vanzelfsprekend, graag met bronvermelding
Ontdek meer van Mijmerminiaturen
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Bedankt Bas, echt een mooie toevoeging voor deze tijd van het jaar. Ik kende het stuk niet. Het Stabat Mater kijkt van buiten naar Maria, hier kijkt Maria mij aan en vraagt mij naar haar te luisteren.