
In een vorige post vertelde ik hoe belangrijk – wat de filosoof Emmanuel Levinas noemt – “kleine gebaren” van empathie en elkaar-zien-staan zijn voor zorgverleners in hun omgang met mensen die op hen een beroep doen.
Het is indrukwekkend hoe ze, – ondanks de druk – deze kleine gebaren van zorgzame betrokkenheid kunnen blijven opbrengen. In deze post ga ik verder in op dergelijke kleine gebaren in ons dagelijks leven.
Het kleine gebaar zit in ieder van ons
Het kleine gebaar is niet alleen voorbehouden aan professionals. Het is gegeven aan ieder mens. En het is ook nodig van ieder mens.
Want we leven in een samenleving en een wereld op drift; er gebeurt op (geo)politiek gezien veel waarop we nauwelijks invloed hebben.
Het is vermoeiend leven in een “nerveuze samenleving”
Onze samenleving is verzenuwd. Het neoliberale denken heeft geleid tot een mentaliteit waarin individueel succes eigen verdienste is en kwetsbaarheid laakbare schuld. In de slipstream lijden we onder de eis dat we op alle gebieden in het leven tastbaar succesvol moeten zijn. Zo werd onze samenleving een ratrace van succes. Mensen die we in het dagelijks leven tegenkomen lijken eerder concurrenten dan medemensen, blokkades die ons voor de voeten lopen. Wie niet succesvol is of niet goed kan meekomen, wordt gewantrouwd.
Wat we als samenleving kunnen doen voor kwetsbare mensen – voor ieder van ons, wel beschouwd – is zo ingewikkeld ingericht dat de mensen die de meeste of complexe zorg en ondersteuning nodig hebben de grootste kans lopen die niet te krijgen.
Leven in zo’n samenleving is erg vermoeiend. We merken op straat, in de winkels, eigenlijk overal in het openbare leven. Bijvoorbeeld in het verkeer gedragen we ons alsof de ander er met name is om ons het leven zuur te maken. Het gaat ten koste van ons zelf, van wie we tegenkomen in het dagelijks leven. Ten koste van de kwaliteit van onze samen-leving.
De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving in de recente publicatie Op de rem! De nervositeit voorbij spreekt van een “nerveuze samenleving” en oppert dat “de nadruk op individuele verantwoordelijkheid, prestatie en versnelling (die) juist wel eens oorzaak kan zijn van de verslechtering van de mentale volksgezondheid.”
Waar is ons geduld?
Waar is ons geduld? Waar is ons vermogen om ons oordeel uit te stellen om de ander te leren kennen? Waar is mildheid waarmee we andere mensen zouden kunnen bezien?
We leven in een tijd van grote veranderingen: ontwikkelingen in geopolitieke zin die onze invloed te boven gaan, onze gepolariseerde samenleving waarin de ruimte om de ander het voordeel van de twijfel te gunnen, erg klein is. De nervositeit is dus wel begrijpelijk. Maar dat betekent niet dat wij in ons eigen leven met lege handen staan.
Wat we van Epictetus kunnen leren
Het minste wat we kunnen doen is waken over het menselijk gezicht van onze eigen samenleving. We kunnen ons praktische voordeel doen met het uitgangspunt in het stoïcijnse denken, zoals Epictetus dat heeft verwoord. In de zoektocht naar geluk kunnen mensen zich het best primair richten op zaken die we in onze hand hebben. Tegelijkertijd is het goed als we gelijkmoedigheid kweken ten aanzien van zaken die we niet (volledig) in eigen hand hebben.
Hij schrijft: “Sommige dingen zijn volledig aan jou, terwijl andere niet volledig aan jou zijn. (…) Helemaal aan jou zijn: je weloverwogen oordelen, je meningen, je doelen, de waarden die je aanhangt en je beslissing (…) waarvoor je kiest. Niet volledig aan jou is zo ongeveer al het andere, maar in het bijzonder: je lichaam, je relaties, je loopbaan, je reputatie en je financiële situatie (…), je gezondheid” (Massimo Pigliucci: De stoicijnse gids voor geluk, Utrecht 2020 p 42v)
Het is daarom verstandig je te richten op wat in je invloedsfeer ligt, en gelijkmoedigheid te kweken bij zaken die, of voor zover die, onze invloed te boven gaan.
Hiermee komen we op het domein van de ‘kleine gebaren’.
De kleine gebaren in ons zelf: de opgebroken straat
Onze straat is opgebroken. Dat geeft een hoop ongemak, stof en lawaai en het is soms ploeteren door de straat die een zandbak is geworden. Maar het leidt er ook toe dat mensen op elkaar moeten letten: het plankenpaadje is te smal voor twee mensen om langs elkaar heen te lopen. Je moet op elkaar wachten. Het is verrassend hoe mensen opklaren als ze dan gegroet of bedankt worden. Eén woord maakt verschil. Je ziet mensen opfleuren bij dit soort ‘kleine gebaren’ van andere mensen.
Het vermogen tot het kleine gebaar zit in onszelf. We kunnen het dagelijks doen. Met in het achterhoofd de ervaring hoe blij we zelf zijn als het ons overkomt. Laten merken dat we elkaar zien staan, raakt mensen. We hebben daaraan grote behoefte. Aandacht geven aan de mensen om ons heen. Laten merken dat we elkaar zien staan: dat is hoe we de samenleving een menselijk gezicht geven.
Dat betekent langs gaan bij die oude dementerende vriendin die nauwelijks weet wie je bent, maar wel blij is dat je komt. Of aandacht geven aan die overbuurvrouw, die je verder nooit spreekt, maar die wel wat aanspraak kan gebruiken nu haar eega in het ziekenhuis ligt. Vrienden vertelden me op hoeveel aanspraak ze konden rekenen als ze de heg om hun tuin snoeiden. Mensen bleven stil staan om een praatje gingen maken, terwijl ze anders met neergeslagen ogen voorbij lopen: verdiept als ze zijn in de punten van hun schoenen (ik herken die neiging wel).
De samenleving biedt ook hoop
Er zijn overigens allerlei hoopvolle aanwijzingen voor anders met elkaar omgaan en anders organiseren. In de eerste plaats is dat de buurt waarin we wonen. In mijn recente artikel in Goed Bestuur & Toezicht heb ik de dynamiek in de Dapperbuurt in Amsterdam beschreven:
De Dapperbuurt in Amsterdam is een levendige, kleurrijke, veeltalige buurt waar alle sociaaleconomische klassen naast elkaar leven. Zonder de ogen te sluiten voor de rafelranden van het grootstedelijk leven die ook in deze buurt tastbaar zijn, is er sprake van een hoopgevende dynamiek. In de straat waarin ik woon zijn twee locaties voor verpleeghuiszorg. Als het weer het toelaat, zitten de bewoners op banken voor de voordeur en komen buurtgenoten langs om te buurten. In de herfst zijn mensen binnen welkom. Handig is dat hier ook een wijksteunpunt voor zelfstandig levende ouderen gehuisvest is. Verderop in de straat heeft de woningcorporatie een uitnodigend ingericht kantoortje, waar je met vragen of klachten langs kunt komen. Bovendien kun je er prima koffie krijgen. ‘s Zomers is er gelegenheid om bij te kletsen, in de lente komen buurtgenoten langs om plantjes te kopen voor hun geveltuintjes. En wie bij de Lidl flessen inlevert, kan het statiegeld desgewenst doneren aan de Voedselbank om de hoek. Hier is sprake van organische betrokkenheid van de gemeenschap.Er zit kracht in deze buurt.
Zorgzame gemeenschappen
Het is op een dergelijke basis dat zorgzame gemeenschappen (bijvoorbeeld: Nederland Zorgt voor elkaar: http://www.nlzve.nl )zich ontwikkelen, die in het hele land opgang maken. Initiatieven van burgers die in de eigen omgeving gezamenlijk en op een praktische manier werken aan vraagstukken die in hun eigen gemeenschap leven: “Interessante dingen rond mensen die gewoon initiatief nemen en die dat niet overal gaan vertellen en overleggen met hun managers etc. maar die interessante nieuwe voorbeelden creëren waarvan anderen weer zeggen: ik had nooit gedacht dat het zo werkte.” (Marius Buiting in een interview met Aart Deddens) Dergelijke gemeenschappen zijn praktisch van aard, staan dicht bij het leven van mensen in de buurt waarin ze leven en ze bieden een kader om ons om elkaar bekommeren. Het is opvallend hoe vaak ze beginnen met verbluffend kleine gebaren: het initiatief om een keer per week samen te eten, gezamenlijk zorgen voor een buurt-moestuin.
Een ander voorbeeld is de manier waarop we reageren op het boek van Michelle van Tongerloo “Komt een land bij de dokter. Nederland door de ogen van een straatarts” (De Correspondent, 2024). Ze vertelt over hoe we als samenleving zaken zó gedetailleerd geregeld hebben dat “het te vaak gaat over wie welke hulp mag geven, in plaats van over wat iemand nodig heeft. Hierdoor komt de leefwereld van mijn patiënten steeds verder af te staan van de met regels doorspekte zorgwereld.” (Van Tongerloo p.231) Het is opvallend hoezeer haar observaties mensen bezig houden. Veelzeggend is hoe ze kan rekenen op het kleine, stille gebaar van financiële steun van wildvreemden die haar werk, praktisch gericht op burgers in hún leefwereld, mogelijk willen maken (Stichting Lekkergeven, http://lekkergeven.nl ).
Elkaar spreken en in het gelaat zien
Er zijn ook allerlei activiteiten gaande waarin het goede gesprek tussen mensen gestimuleerd wordt.Te denken valt aan de campagne om met het elkaar te hebben over hoe mensen met een chronische aandoening hun werk kunnen inrichten.Campagnes om je bewust te worden wat dementie met een mens doet en wat jíj kunt doen voor een mens met dementie. Een initiatief als Buurtgezinnen: een sociale onderneming die gezinnen die het moeilijk hebben koppelt aan een stabiel steungezin in de buurt. Het is groot qua opzet, maar klein en veel betekend als gebaar in de directe omgeving waarin mensen leven www.buurtgezinnen.nl.
We zullen er niet snel de autocraten van deze wereld mee overtuigen. Maar op zijn minst kunnen we ons onderlinge samenleven draaglijker en betekenisvoller maken.
Ontdek meer van Mijmerminiaturen
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.