Constantin Brancusi en de geboorte van de moderne beeldhouwkunst

Veel mensen zullen dat wel ’s meemaken, denk ik. Dat je in een museum bent en je op een gegeven moment afvraagt: is wat ik nu zie nog het gebouw, of is dit een kunstwerk? Mij overkwam het ’s toen ik in de oude vleugel van het Stedelijk Museum in Amsterdam wandelde. De hoge ramen lieten veel zonlicht toe en gaven een riant uitzicht op de wereld aan de andere kant van het glas. Mijmerend keek ik op een gegeven moment naar buiten. Daar zag ik een lantaarnpaal met daartegenaan geparkeerd een fiets, en dat in stralend zonlicht. Een mooi tafereel. In een flits kwam de gedachte op dat wat ik zag, deel was van de tentoonstelling van het Stedelijk. Maar dat was het natuurlijk niet: het was gewoon een fiets tegen een lantaarnpaal zoals je in Amsterdam zoveel ziet. Maar doordat ik die lantaarnpaal zag vanuit de context van het museum voor moderne kunst vervaagden even de grenzen tussen wat werd geacht kunst te zijn en wat wereld genoemd wordt.  

Brancusi: The Birth of Modern Sculpture in het H’ART Museum

Iets soortgelijks maar dan in veelvoud staat je te wachten als je naar de tentoonstelling Brancusi The Birth of Modern Sculpture, die tot 18 januari 2026 te zien is in het H’ART Museum.

Constantin Brâncuși (Hobița, 19 februari 1876 – Parijs, 16 maart 1957) was een Roemeens-Frans beeldhouwer. Hij wordt beschouwd als de grondlegger van de moderne beeldhouwkunst. In zijn werk zie je een voortdurend samenspel tussen kunst en de omringende wereld, waarin de wereld steeds meer deel van het kunstwerk wordt.

De in Roemenië geboren kunstenaar leefde en werkte het grootste deel van zijn leven in Parijs. Hij maakte daar stapsgewijs een overgang van traditionele, figuratieve beeldhouwkunst naar abstracte(re) moderne kunst. Die ontwikkeling laat zich mooi volgen doordat hij met tussenpozen bepaalde thema’s hernam en verder uitwerkte. Voortdurend bleef hij bezig zijn beelden te versimpelen, net zo lang als hij de kern te pakken had, onder het motto: “Niet de uiterlijke vorm van de dingen is echt, maar de essentie van dingen.” In de loop van de tijd zie je de evolutie van ‘uiterlijke vorm’ naar sublimering daarvan in beelden waarin vormen voornamelijk vorm zijn, en alleen nog naar zichzelf verwijzen.

De Slapende Muze

Zo maakte hij tussen 1908 en 1912 een serie beeldjes, Slapende Muze geheten. Als je die in elkaars verlengde ziet, zie je gebeuren hoe figuratieve beelden overgaan in zuivere vorm. Het is als de verpopping van een vlinder: van figuratief naar abstract, het abstracte komt te voorschijn uit het figuratieve.

De kus

Brancusi heeft – met tussenpozen – in vier decennia gewerkt aan het beeld: De Kus. Eén van de versies maakte hij als zerk voor een graf op Montparnasse als nadenken aan twee gelieven. Werkenderwijs ontdekt hij dat hij wil dat zijn beeld het particuliere overstijgt, de particulariteit van dít paar. Hij besefte “hoe de weerspiegeling van de uiterlijke vormen van twee wezens afstaat van de essentiële waarheid. (…) Ik wilde niet alleen een gedenkteken voor dit unieke paar maken, maar voor alle stellen die van elkaar hebben gehouden op deze aard, voordat ze die verlieten.” (p 122)

Vaak, zoals in de beroemde Kus van Rodin, zijn het twee individuen die elkaar kussen. Datgene, wat figuratief uitgedrukt wordt, staat op de voorgrond. De materie is aangepast aan wat de kunstenaar wil uitdrukken. Bij Brancusi vormen de gelieven niet een duo van twee individuen. Bij hem komen ze samen tot uitdrukking in het kalkstenen blok waarin niet meer dan aanduidingen van hun contouren zijn uitgehouwen. Vorm en materie zijn aldus met elkaar vervlochten. De beeldhouwer houwt rechtstreeks in de steen (taille directe) en gaandeweg komt het beeld uit de materie tevoorschijn. Het is een andere vorm van abstrahering: van het stel van twee geconcretiseerde gelieven, naar alle geliefden in een beeld waarin vorm en materie met elkaar zijn versmolten zoals de twee gelieven dat met elkaar zijn. Zo krijgt het door de abstrahering van de kus van dít ene paar universele proporties.

Sokkels worden beelden

Zo breidde Brancusi de wereld van zijn kunst steeds verder uit. Stonden van oudsher beelden op sokkels als een hulpmiddel om bijvoorbeeld op ooghoogte naar een beeld te kijken, bij Brancusi worden de sokkels deel van het beeld.

Het Ei, of te wel: Het begin van de wereld

En nog weer wat later zien we Ei, in een fotografie van Edward Steichen die zijn foto de titel Het begin van de wereld gegeven heeft, in een fraai spel van lichtbron en schaduw. Het is zo mooi, en zo simpel, omdat lichtbron en van schaduw zichzelf overstijgen omdat ze deel worden van de sculptuur. (p. 39) Het begin van de wereld: het begin, de verpopping, van een nieuwe sculpturale wereld. (Wat mij betreft kan het Ei gezien worden als een verdere abstrahering van de Slapende Muze.)

De andere wereld van Brancusi’s atelier betreden

Uiteindelijk transformeerde hij zijn atelier aan de Impasse Ronsin tot deel van zijn kunstwerken. Man Ray beschrijft “Brancusi’s atelier binnenlopen, dat was een andere wereld binnengaan” (p. 12) Hij woonde, leefde en werkte er. Het werd er – wat Ariane Coulondre noemde – een “mise-en-scène” (p. 11). Hij ontving zijn gasten aan wie hij rondlopend zijn beeldenwereld toonde. Dat ging gepaard met weinig woorden: de beeldenwereld sprak voor zich. Na zijn dood heeft hij zijn atelier en alles wat daarin stond nagelaten aan Parijs. Het atelier werd nagebouwd in Centre Pompidou. Dat is de komende vijf jaar dicht in verband met de renovatie.

Brancusi in het H’ART Museum in Amsterdam: geen must maar een voorrecht!

Het is fantastisch dat het het H’ART Museum in Amsterdam gelukt is – in samenwerking met het Centre Pompidou – deze tentoonstelling rondom Brancusi’s werken te organiseren, https://www.hartmuseum.nl/tentoonstellingen/brancusi/ . Het museum heeft er echt een prachtige tentoonstelling van gemaakt. De beelden zijn met zorg opgesteld en uitgelicht. De ruimtelijke indeling sluit daar mooi bij aan en leidt tot focus. Het maakt je bezoek een persoonlijke belevenis, je merkt nauwelijks hoeveel bezoekers er wel niet zijn.

Voor de liefhebber van beeldhouwkunst is deze tentoonstelling bezoeken niet alleen een must, maar ook een voorrecht.  

————————-

© Bas Baanders 
Citeren mag, vanzelfsprekend; ik stel het op prijs als je de bron vermeldt.

*De paginanummers verwijzen naar: Ariane Coulondre (red.): Brancusi-de geboorte van moderne sculptuur (sic). Meesterwerken uit de collectie van Centre Pompidou, WBOOKS, 2025. Het boek bevat naast beeldmateriaal ingetogen teksten in mooie harmonie met het beeldmateriaal, en bevat als bonus een intrigerend essay over de relatie tussen Brancusi en Nederland (oa Mondriaan, De Stijl).De foto van Edward Steichen is ontleend aan: https://i.pinimg.com/736x/7e/77/00/7e7700aa98e165b19d9b9ba91f3650de.jpg en is ook te vinden op pagina 39 van het boek van Coulondre.


Ontdek meer van Mijmerminiaturen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie