
In mijn hoofd waart voortdurend muziek rond, dat was al zo toen ik een klein jongetje was, dat is nu gelukkig nog steeds zo: ik kan me moeilijk voorstellen hoe een mens kan leven zonder die muziek. Dat moet toch een rare ervaring zijn, altijd maar die stilte in je hoofd.
Toen ik mijn moeder als jochie daarover vertelde zei ze met zeldzaam blije ogen: âWat een fantastische gave heb jij meegekregen, hĂš?â Toen ik een paar jaar later met mijn toen nieuwe huisarts kennismaakte, en onbekommerd hetzelfde vertelde schoot die gealarmeerd overeind om te noteren dat het zo kon zijn dat ik stemmen hoorde.
Muziek maken zonder voorstellingsvermogen?
Ik vond dat wel een rare reactie. Want hoe kan je muziek maken als je je daarvan niet een innerlijke verklanking kan voorstellen? Als je niet bedenkt en beluistert hoe je denkt dat die muziek moet klinken? In mijn studententijd kreeg ik allerlei stukken te spelen, met soms de raarste, bepaald niet vanzelfsprekende intervallen en notensequenties. Die etudes en concerten waren eerlijk gezegd eerder zinvol in technische zin dan mooi. Als ik na mijn cello studeren door de stad fietste zocht ik die intervallen op in mijn hoofd, en soms zong ik ze ook. En het rare is dat, als ik later weer daadwerkelijk cello ging spelen, ik die noten een stuk makkelijker terugvond op mijn cello. Dan is het weer de uitdaging om er goed op te letten of wat ik speel ook is hoe ik het innerlijk hoorde. Cello spelen, en muziek maken in het algemeen, is al met al uitkomst van een mysterieus samenspel tussen mijn lichaam, geest en cello.
Daar stond die cello in een hoekje op me te wachten
Maar toch: ik geef het eerlijk toe: ik heb ook wel âs een tijdje nauwelijks cello gespeeld. Ontdekte geen nieuwe weggetjes in partituren, geen nieuwe klankkleuren op mijn instrument.
Op een zondagmiddag fietste ik toen âs door de stad. Ik bedacht dat dat ik nog iemand moest bellen. Aan het Singel werd gewerkt en daarom lag er een dekschuit voor de voormalige Roxy, een stapje buiten het rumoer van het stadsleven. Daar belde ik.
Bachs Sarabande uit zijn vijfde cello suite
Terwijl ik wachtte tot de telefoon opgenomen zou worden, hoorde ik opeens luid en duidelijk de eerste noten van de Sarabande van de vijfde suite van Bach. Ik keek nog om me heen om te zien waar die muziek vandaan kon komen. Maar de bron van het geluid kon ik niet ontdekken. De klanken kwamen niet van buiten, zo realiseerde ik me, maar welden in mijzelf op. Razendsnel fietste ik terug naar huis om mijn cello te pakken en die Sarabande te gaan spelen. Gelukkig zat die nog in hoofd en vingers. Fantastisch die ijzige nootjes op de rand van de tonaliteit te spelen, te luisteren, de innerlijke beweging te voelen. Nootjes die losjes door de ruimte zweven en ergens toch contact met elkaar hebben. Etherische muziek.
Losse nootjes op een bierviltje

In die sarabande in de vijfde suite ontstijgt Bach tijd en ruimte, overstijgt mijn bevattingsvermogen. Ik heb een facsimile-uitgave gezien. Het ziet eruit alsof het op de achterkant van een bierviltje gekrabbeld is. Wat een universum: dat nietige bierviltje van niks waarop die muziek genoteerd staat die de wereld ontstijgt.
In de (christelijke) bijbel staat een mooi verhaal over apostel Paulus die op weg was voor een onheilvolle missie. Onderweg kreeg hij een visioen waarin God of Jezus of wie dan ook hem aansprak* om op zijn schreden terug te keren.Die ervaring was zo indringend dat hij na het visioen drie dagen niks kon zien, eten of drinken.
Voor mij waren die nootjes in de Sarabande een moment van vlijmscherp inzicht dat brein-klievend tot me kwam. Ik ben Paulus bepaald niet en ik deed eigenlijk alleen mijn cello en mezelf te kort. Maar dat maakt mijn ervaring niet minder indringend.
Wat ik me sindsdien wel afvraag is: âAls het God niet was die me tot de orde riep, wie was het dan wel?â
(c) Bas BaandersÂ
Citeren of overname mogen vanzelfsprekend, graag met bronvermelding
* Theologisch gezien is dit onderwerp van veel discussie: heeft de gebeurtenis âechtâ plaatsgevonden, en zo ja, wie was het dan die sprak: God? Jezus? Ik treed niet in die discussie. Ik citeer de casus omdat die zoân mooie metafoor biedt voor mijn alleszins aardse ervaring.
Ontdek meer van Mijmerminiaturen
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Hoi Bas,
Dank voor een prachtig verhaal. Ik herken er wel wat van, hoewel mijn muziekverbeelding in mijn hoofd niet zo rijk is als jij die hier beschrijft. Mijn pianolerares moedigt me wel aan om de stukken te zingen, desnoods met verzonnen woorden, om ze beter te begrijpen en spelen, dat helpt echt. De verbinding tussen muziek en de dimensies van ons zijn is wonderlijk, het is zowel cognitief, fysiek als emotioneel.
Waar ik ook aan moest denken is het gedicht De stilte van de wereld voor Bach van Lars Gustafsson, misschien ken je het. https://www.moorsmagazine.com/boeken/gedichten/gustafssonbach/ïżŒ de poĂ«zie van lars gustafsson… moorsmagazine.com
Waarover mijn pianolerares (ze staat op een voetstuk bij mij, dat merk je đ dan weer opmerkt dat die stilte relatief is, omdat Bach ook leermeesters had, die ook mooie dingen gemaakt hebben, die alleen wat meer in de vergetelheid zijn geraakt. Daarover las ik dan weer de biografie van Bach door John Eliot Gardiner, Music in the castle of heaven. Waarvan vooral het eerste gedeelte interessant is.
veel groeten weer, tot binnenkort, Hartger
>
Ha Bas,net gelezen, weer een mooie mijmerminiatuur! Hoe is het mogelijk, inderdaad, d